
De geschiedenis van de familie Allegrini begint in de 16e eeuw. Op het domein in Fumane, iets ten noordwesten van Verona in de Valpolicella Classica, verbouwt de familie de klassieke druivenrassen van het gebied. Halverwege de 20e eeuw besloot Giovanni Allegrini zelf wijn te gaan maken. Hij had een eigenzinnige kijk op wijnbouw en wijnmaken en wilde de kwaliteit en de stijl van de wijnen verbeteren.
Als eerste in het gebied stapte hij over op kleine eikenhouten barriques, die hij naast de grote traditionele vaten gebruikte. Begin jaren tachtig voerde hij een andere aanplant en snoeimethode in. Daardoor passen er meer stokken op een hectare en krijgen de druiven een hogere aromaconcentratie. De familie ontwikkelde ook een speciale methode om de druiven voor Amarone en Recioto te drogen, waarbij kwaliteit en smaak beter behouden blijven. Met die vernieuwingen werden de Allegrini's een bron van inspiratie voor andere wijnmakers in het gebied.
Vanaf de jaren tachtig groeiden productie en kwaliteit verder onder leiding van dochter Marilisa en de zonen Franco en Walter. Door de vraag naar de wijnen kon het bedrijf in de loop der tijd uitbreiden tot de 150 hectare wijngaard die het nu bezit. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol. Het huis stimuleert de biodiversiteit in en rond de wijngaarden en let op duurzaamheid in het productieproces, bij de keuze van leveranciers en in de lokale economie.
Inmiddels is de volgende generatie ingestapt. Naast Marilisa werken haar neef Francesco en nicht Silvia in het bedrijf. De wijnen gelden als referentie voor de stijl en klasse van de Valpolicella Classica. Naast Amarone, Ripasso en Recioto maken de Allegrini's ook wijnen die het eigenzinnige karakter van het huis laten zien, zoals een 100% Cabernet Franc en een wijn die volledig van Corvina is gemaakt. Ze zijn karaktervol en elegant, met een mooie balans tussen rijpheid, fruit en frisheid.